ECLI:NL:RBMNE:2021:5367
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na Eerstejaarsbeoordeling bevestigd door rechtbank
Eiser, voormalig schoonmaker, meldde zich ziek en ontving een Ziektewetuitkering vanaf augustus 2019. Na een Eerstejaars Ziektewetbeoordeling op 28 september 2020 stelde verweerder vast dat eiser in staat was om drie voorbeeldfuncties te verrichten waarmee hij meer dan 65% van zijn oorspronkelijke loon kon verdienen. Daarom werd de uitkering per 10 november 2020 stopgezet.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat de medische beoordeling zijn beperkingen, met name de psychische gevolgen van een hartinfarct, onvoldoende in acht nam. Hij kon echter geen medische onderbouwing overleggen ter ondersteuning van zijn stellingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat de medische situatie van eiser, inclusief cardiovasculaire aandoeningen en diabetes, adequaat was beoordeeld en dat er geen aanleiding was om de beperkingen te herzien.
De arbeidsdeskundige bevestigde dat eiser met de geduide functies 93,7% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, wat het recht op ZW-uitkering uitsluit. De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en begrijpelijk waren en dat eiser onvoldoende onderbouwing bood om deze te betwisten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitkering stopgezet.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is stopgezet per 10 november 2020.