ECLI:NL:RBMNE:2021:5357
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser was werkzaam als monteur en meldde zich meerdere keren ziek. Na een wachttijd van 104 weken werd hij op 19 oktober 2016 als minder dan 35% arbeidsongeschikt beschouwd, waarna hij geen recht op een WIA-uitkering kreeg. Verweerder (UWV) nam daarop besluiten tot beëindiging van de uitkering en terugvordering van reeds betaalde bedragen. Eiser stelde bezwaar en beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelt dat het UWV zich terecht baseerde op zorgvuldige medische en arbeidskundige rapportages, waaronder een onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Deze arts concludeerde dat eiser slechts beperkt arbeidsongeschikt is, waarbij zowel fysieke als psychische klachten zijn meegewogen. De rechtbank vindt geen aanleiding om de medische beoordeling te betwijfelen, ook niet ondanks de door eiser aangevoerde klachten en medische informatie.
De arbeidskundige beoordeling bevestigt dat eiser geschikt is voor de geduide functies. De rechtbank wijst de beroepsgronden van eiser af en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige of voor een urenbeperking. De beslissing van het UWV blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.