De zaak betreft een vordering van eiseres, een incasso- en debiteurenbeheerder, tegen gedaagde, een groothandel in dranken, tot betaling van een openstaande factuur van €605,00, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde had slechts gedeeltelijk betaald en stelde overmacht in wegens verplichte horecasluiting door COVID-19 en vroeg om een betalingsregeling.
De kantonrechter oordeelt dat het beroep op overmacht niet slaagt omdat de financiële gevolgen van de horecasluiting in de risicosfeer van gedaagde liggen en onvoldoende is gesteld waarom deze betalingsonmacht op eiseres zou moeten worden afgewenteld. Ook bestaat geen wettelijke verplichting voor eiseres om een betalingsregeling te treffen.
De rechter stelt vast dat de hoofdsom €605,00 bedraagt en dat de reeds betaalde €100,00 in mindering wordt gebracht. De wettelijke handelsrente wordt toegewezen vanaf 27 maart 2021, met inachtneming van de betaling. De buitengerechtelijke incassokosten van €90,75 worden eveneens toegewezen, evenals de wettelijke rente hierover. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €817,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.