ECLI:NL:RBMNE:2021:5275
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning op basis van eigen aankoopcijfer
De zaak betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een tussenwoning uit 1902, gelegen op een kavel van 185 m², met een oppervlakte van 90 m². De waardepeildatum is 1 januari 2019. Verweerder stelde de WOZ-waarde vast op €618.000,-, gebaseerd op het eigen aankoopcijfer van eiser, die de woning op 7 februari 2019 kocht voor €635.000,-.
Eiser stelde dat de aankoopprijs niet marktconform was vanwege persoonlijke begeerte en dat er sprake was van ongelijke behandeling, omdat buurpanden een lagere WOZ-waarde hadden. De rechtbank oordeelde dat het eigen aankoopcijfer leidend is, tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. De rechtbank vond geen aanwijzingen voor bijzondere omstandigheden en achtte de aankoopprijs marktconform.
Verder werd geoordeeld dat de buurpanden niet identiek zijn aan de woning van eiser, waardoor het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden. De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 21 oktober 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €618.000,- wordt ongegrond verklaard.