ECLI:NL:RBMNE:2021:5270
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde benedenwoning in Utrecht bevestigd door rechtbank
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van haar benedenwoning in Utrecht, die was vastgesteld op €186.000,- met waardepeildatum 1 januari 2019. Verweerder handhaafde deze waarde na bezwaar en onderbouwde dit met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vier vergelijkbare woningen in dezelfde plaats.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. De vergelijkingsmethode was correct toegepast, waarbij rekening was gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, bouwkundige kwaliteit, voorzieningen en onderhoud. De door eiseres aangevoerde bezwaren, zoals de geschiktheid van referentiewoningen en rekenfouten in de taxatiematrix, werden door de rechtbank niet gevolgd.
Ook het motiveringsgebrek dat eiseres aanvoerde over de berging werd verworpen, omdat verweerder in de uitspraak op bezwaar had toegelicht dat dit geen invloed had op de waarde. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €186.000,- wordt ongegrond verklaard.