ECLI:NL:RBMNE:2021:5174
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing voorlopige hechtenis in strafzaak Eris
In de strafzaak Eris behandelde de rechtbank Midden-Nederland op 14 en 15 oktober 2021 het deeldossier Lis, waarbij een getuige werd gehoord. Naar aanleiding van de verklaring van deze getuige diende de verdediging een verzoek in tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte. De rechtbank heeft dit verzoek inhoudelijk beoordeeld, mede gelet op eerdere motiveringen van 18 maart en 13 juli 2021 waarin werd vastgesteld dat er voldoende ernstige bezwaren tegen verdachte zijn.
De verklaring van de getuige bracht geen wezenlijke verandering in de beoordeling van de ernstige bezwaren. De rechtbank achtte de aangevoerde argumenten over de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring onvoldoende doorslaggevend om de voorlopige hechtenis op te heffen.
Daarom concludeerde de rechtbank dat de gronden voor voorlopige hechtenis, zoals vermeld in het bevel tot gevangenhouding, nog steeds aanwezig zijn. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis werd dan ook afgewezen. De uitspraak werd gedaan op 25 oktober 2021 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Midden-Nederland te Utrecht.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens het blijven bestaan van ernstige bezwaren.