Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
de uitspraak te ondertekenen
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van haar woning te Utrecht, vastgesteld op €344.000,- voor het belastingjaar 2020. Verweerder handhaafde de waarde en onderbouwde dit met een taxatiematrix, waarbij referentiewoningen in dezelfde wijk werden vergeleken.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de bewijslast heeft voldaan door aannemelijk te maken dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De waardebepaling is gebaseerd op een vergelijking met referentiewoningen, waarbij rekening is gehouden met verschillen in inhoud, perceeloppervlakte en overige kenmerken.
Eiseres stelde dat de referentiewoningen groter zijn en meer voorzieningen hebben, en dat de WOZ-waarde te sterk is gestegen ten opzichte van de aankoopprijs van een sociale huurwoning. De rechtbank overweegt dat de referentiewoningen niet identiek hoeven te zijn, maar dat verschillen voldoende zijn meegenomen. Ook is de stijging ten opzichte van de aanneemsom van een nog te bouwen woning geen reden om de waardering onjuist te achten.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.