Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van17 maart 2021 op het verzet van
De korpschef van politie, opposant,
Beslissing
Overwegingen
.
Rechtbank Midden-Nederland
Deze uitspraak betreft het verzet van de korpschef van politie tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank van 29 mei 2020, waarin het beroep van mevrouw A gegrond werd verklaard wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om vergoeding van smartengeld op grond van artikel 54a van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp).
De rechtbank oordeelt dat de eerdere uitspraak onjuist was omdat deze uitging van de algemene beslistermijn van acht weken zoals bedoeld in artikel 4:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), terwijl de Regeling vergoeding beroepsziekten politie (Rvbp) een afwijkende beslistermijn hanteert. De rechtbank verklaart het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de staat waarin het zich bevond.
De rechtbank ziet geen aanleiding om direct uitspraak te doen over het beroep zelf, omdat partijen het oneens zijn over de vraag of de beslistermijn op de datum van ingebrekestelling was verstreken. Dit vereist nader onderzoek en mogelijk verdere standpuntuitwisseling of een zitting.
Er zijn geen proceskosten toegekend aan opposant. De uitspraak is mondeling gedaan op 17 maart 2021 door rechter R.C. Moed.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vervalt, het onderzoek wordt voortgezet.