ECLI:NL:RBMNE:2021:5033

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 oktober 2021
Publicatiedatum
18 oktober 2021
Zaaknummer
UTR 21/3159
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:54 AwbArt. 12 Awir
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verrekeningsbeslissing Belastingdienst

Eiseres maakte bezwaar tegen een brief van de Belastingdienst van 18 mei 2021, die volgens haar een besluit bevatte. De Belastingdienst verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit was waartegen bezwaar kon worden gemaakt.

De rechtbank overwoog dat een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan is die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. De beschikking waartegen het bezwaar was gericht, betrof een verrekeningsbeslissing op grond van artikel 30 van Pro de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir).

Artikel 12 van Pro de Awir sluit de toepassing van de hoofdstukken 6 en 7 van de Awb uit op verrekeningsbeslissingen, waardoor bezwaar en beroep tegen deze besluiten niet mogelijk zijn. De rechtbank concludeerde dat het standpunt van de Belastingdienst juist was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de verrekeningsbeslissing wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/3159

1.a

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 oktober 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

en

de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van
4 juni 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiseres heeft op 24 mei 2021 bezwaar gemaakt tegen een brief van verweerder van 18 mei 2021. Volgens verweerder was deze brief geen besluit waar bezwaar tegen kon worden gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
3. Ingevolge artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Awb dient degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken. Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.
4. Ingevolge artikel 30 van Pro de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) is de Belastingdienst/Toeslagen bevoegd tot verrekening van een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering met een aan hem uit te betalen tegemoetkoming of voorschot daarop, een en ander ongeacht de inkomensafhankelijke regeling die het betreft en ongeacht het berekeningsjaar. Ingevolge artikel 12, eerste lid, van de Awir blijven voor de toepassing van dit hoofdstuk titel 4.2 en artikel 4:125 van Pro de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing en zijn artikel 3:40, titel 4.1 en de hoofdstukken 6 en 7 van die wet niet van toepassing op de verrekeningsbeschikking bedoeld in artikel 30.
5. De beschikking waartegen eiseres bezwaar heeft gemaakt betreft een verrekeningsbeslissing als bedoeld in artikel 30 van Pro de Awir. Artikel 12, eerste lid, van de Awir bepaald dat de hoofdstukken 6 en 7 van de Awb niet van toepassing zijn op verrekeningsbeslissingen. Hoofdstuk 6 van de Awb bevat de algemene bepalingen over bezwaar en beroep. Hoofdstuk 7 bevat de bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep. De bepalingen omtrent bezwaar en beroep zijn derhalve niet van toepassing op verrekeningsbeslissingen.
6. Het standpunt van verweerder dat er geen sprake is van een besluit waar eiseres bezwaar tegen kon maken is dus juist. Verweerder heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Wat eiseres heeft geschreven aan de rechtbank is geen reden om hier anders over te denken. Het besluit van verweerder is juist en het beroep is kennelijk ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, rechter, in aanwezigheid van
J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 4 oktober 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.