Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek van de curator en de beslissing van de rechter-commissaris
turn arounddiende te komen, maar dat [B] kan worden verweten met [onderneming 2] in zee te zijn gegaan, omdat deze hem een irreëel beeld voorspiegelde en geen duidelijke en voldoende financieringstoezeggingen deed. [B] had zich dat moeten realiseren, aldus de curator, temeer omdat Vrolijk (de feitelijke man achter [onderneming 2] ) in de zakenwereld als niet betrouwbaar te boek stond. De curator voert nog bijkomende argumenten aan, die – voor zover van belang – hierna aan de orde komen.