De werknemer, in dienst sinds januari 2018, ervaart pesterijen en buitensluiting op de werkvloer en heeft zich sinds maart 2019 ziekgemeld. Ondanks interventies van de bedrijfsarts en mediation is er geen verbetering, en is een impasse ontstaan doordat de werknemer een passende functie heeft geweigerd.
De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op meerdere gronden, terwijl de werknemer een tegenverzoek indient voor toekenning van transitievergoeding en billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De werknemer stelt dat de werkgever onvoldoende heeft ingegrepen tegen pestgedrag en een veilig werkklimaat heeft nagelaten.
De kantonrechter wijst de ontbinding toe op de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding) per 1 december 2021 en kent de transitievergoeding toe, gebaseerd op een dienstverband vanaf augustus 2017. De billijke vergoeding wordt afgewezen omdat de werkgever weliswaar onvoldoende actief was in het aanpakken van pestgedrag, maar de werknemer zich ook niet constructief opstelde en onvoldoende concrete onderbouwing gaf. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.