Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt: [chatsite]] contact heeft gekregen met verdachte. [2] [slachtoffer] heeft twee keer met verdachte afgesproken en verdachte twee keer gepijpt. Verdachte heeft [slachtoffer] voor het pijpen beide keren een bedrag betaald . [3] [slachtoffer] heeft verdachte als volgt omschreven: dik en stevig, getinte huidskleur, niet Nederlands van cultuur, sprak wel Nederlands en iets kleiner dan 185 cm. Verdachte heeft een eigen bedrijf in [vestigingsplaats] en woont in [woonplaats] . [4] [slachtoffer] heeft verdachte herkend op een (door de politie getoonde) foto waarop verdachte te zien is, als zijnde de man die hij twee keer gepijpt heeft. [5]
de rechtbank begrijpt [slachtoffer]] [telefoonnummer] @s.whatsapp.net en gebruiker [gebruikersnaam ] [telefoonnummer] @s.whatsapp.net hebben plaatsgevonden. Verbalisant leest in de WhatsApps gesprekken dat bij de naam [gebruikersnaam ] het telefoonnummer [telefoonnummer] en bij de naam [slachtoffer] telefoonnummer [telefoonnummer] vermeld staan. [6]
Verbalisant heeft de jongen die op de foto staat afgebeeld herkend als [slachtoffer] .
Verbalisant heeft de man die op de foto staat afgebeeld herkend als zijnde verdachte.
(…)
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
Daarnaast heeft de raadsvrouw verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het tijdsverloop in deze zaak.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
Oplegging straf
gevangenisstrafvan
31 (eenendertig) dagen;
proeftijdvan
2 (twee)jaren vast;
taakstrafvan
150 (honderdvijftig) uren;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 1.006,65, bestaande uit € 6,65 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2017 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde aan materiële schade af;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 1.006,65 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.