ECLI:NL:RBMNE:2021:4736
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van twee-onder-één-kapwoning
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn twee-onder-één-kapwoning, gelegen aan een adres te een woonplaats, voor het belastingjaar 2020. Verweerder had de waarde vastgesteld op €643.000,- en handhaafde deze na bezwaar. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank beoordeelde de onderbouwing van verweerder, die een taxatiematrix overlegd had waarin vijf vergelijkbare woningen uit dezelfde bouwperiode waren meegenomen. De taxatiematrix hield rekening met verschillen in gebruiksoppervlakte, kaveloppervlakte en onderhoudsstaat. Eiser voerde aan dat de waardering onvoldoende was gemotiveerd en niet voldeed aan beoordelingsprotocollen, maar deze gronden werden verworpen.
De rechtbank oordeelde dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de waardering van verschillen inzichtelijk was gemaakt. De correcties naar waardepeildatum waren adequaat toegelicht. Gezien deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €643.000,- wordt ongegrond verklaard.