Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2021 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
is verhinderd te ondertekenen)
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Utrecht, gesteld op €246.000,- met waardepeildatum 1 januari 2019. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix opgesteld door een deskundige taxateur, waarin vergelijkingsmethoden met referentiewoningen zijn toegepast.
Eiser stelde een lagere waarde van €210.000,- voor en voerde meerdere bezwaren aan, waaronder ongeschiktheid van referentiewoningen, onvoldoende inzicht in correcties voor staat van onderhoud, bouwkundige kwaliteit en voorzieningen, en onduidelijkheid over tuinwaardering en indexeringspercentages. Verweerder heeft deze punten gemotiveerd weerlegd en toegelicht met foto’s en marktanalyses.
De rechtbank concludeert dat verweerder met de taxatiematrix en toelichtingen aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €246.000,- wordt ongegrond verklaard.