ECLI:NL:RBMNE:2021:4717
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning stallencomplex paardenhouderij
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning verleend aan een vergunninghouder voor het bouwen van een stallencomplex en het kappen van 26 eikenbomen ten behoeve van een paardenhouderij. Verzoekster, wonende nabij het perceel, betwistte de vergunning en stelde dat het bouwplan niet duidelijk was en in strijd met het bestemmingsplan zou zijn.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de wijzigingen in het bouwplan binnen de reguliere voorbereidingsprocedure waren toegestaan en dat de aanvraag voldoende inzicht gaf in de vergunde activiteiten. De voorzieningenrechter concludeerde dat het bouwplan niet in strijd was met het bestemmingsplan, waarbij onder meer werd vastgesteld dat het geen manege betrof maar een paardenhouderij met ondergeschikte nevenactiviteiten. Ook de welstandsadviezen en het flora- en faunonderzoek werden als voldoende beoordeeld.
Gezien het voorlopige rechtmatigheidsoordeel en het belang van vergunninghouder om met de bouw te starten, onder meer vanwege financiële belangen, woog dit zwaarder dan het belang van verzoekster. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en mocht vergunninghouder op eigen risico starten met de werkzaamheden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning werd afgewezen, waardoor vergunninghouder mocht starten met de werkzaamheden.