ECLI:NL:RBMNE:2021:4658
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en vergelijkbaarheid referentieobjecten
Eiseres betwist de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €460.000,- voor het kalenderjaar 2020. Zij stelt dat de waarde te hoog is en pleit voor een lagere waarde van €330.000,-, mede vanwege overlast van een lindenboom, verslechterd uitzicht en de levensloopbestendigheid van haar woning.
De heffingsambtenaar handhaaft de waarde en onderbouwt deze met een taxatiematrix waarin vergelijkingsobjecten worden gebruikt die volgens hem voldoende vergelijkbaar zijn met de woning van eiseres. De rechtbank weegt de argumenten en concludeert dat de gekozen vergelijkingsobjecten, waaronder geschakelde woningen en twee-onder-één-kap-woningen met vergelijkbare gebruiksoppervlakte en bouwkwaliteit, passend zijn.
De rechtbank acht de verschillen tussen de woning en de referentieobjecten, zoals overlast en uitzicht, niet zodanig dat deze de waardebepaling substantieel beïnvloeden. Ook is rekening gehouden met de levensloopbestendigheid als voordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €460.000,- blijft gehandhaafd.