Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in / verblijvende te Forensisch Centrum Teylingereind.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
medeplegen van poging tot doodslag.
openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
jeugddetentie van 18 maanden;
6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- 1 STK telefoontoestel, omschrijving: G2773241, wit, merk: Apple iPhone;
- 1 STK bankpas, omschrijving: G2773326, Rabobank: [rekeningnummer] ;
- 1 STK jas, omschrijving: G2773287, zwart;
- wijst de vordering van [B] namens [slachtoffer] , toe tot een bedrag van € 3.820,00, bestaande uit een vergoeding van € 1.320,00 voor materiële schade en een vergoeding van € 2.500,00 voor immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [B] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2021 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [B] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [B] aan de Staat
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van Connexxion Vloot B.V. toe tot een bedrag van € 1.867,47, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan Connexxion Vloot B.V. van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2021 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op € 875,00, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling.
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op de hiervoor beschreven manier de schade aan de benadeelde heeft vergoed.