ECLI:NL:RBMNE:2021:4615
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van geschakelde twee-onder-een-kapwoning
Eiser stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, een geschakelde twee-onder-een-kapwoning, die door verweerder was vastgesteld op €398.000,- na een eerdere correctie van €445.000,-. Eiser voerde aan dat hij niet adequaat was gehoord, dat de bouwkundige staat en kwalificatie van het object onjuist waren, en dat de gebruikte referentiewoningen niet vergelijkbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat het telefoongesprek op 4 december 2020 wel degelijk als hoorgesprek in bezwaar kan worden aangemerkt, ondanks de korte duur en het ontbreken van expliciete aanduiding. Verweerder had de hoorplicht daarmee nageleefd. De taxatiematrix en de toelichting daarvan, inclusief de vergelijking met referentiewoningen van hetzelfde type en locatie, maakten aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld.
De rechtbank verwierp de stellingen over de bouwkundige staat en de kwalificatie van de woning als geschakelde twee-onder-een-kapwoning, waarbij verweerder de woning correct had getypeerd conform de Fotowijzer-definities. Ook de correcties op de koopsommen van referentiewoningen en de keuze van referentiewoningen werden als adequaat beoordeeld.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €398.000,- wordt ongegrond verklaard.