Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] [2] van 6 november 2017 volgt – zakelijk weergegeven – het volgende:
proces-verbaal van verhoor getuige [4] bij de rechter-commissaris van 6 november 2018 – zakelijk weergegeven - het volgende verklaard:
proces-verbaal van verhoor getuige [5] bij de rechter-commissaris van 3 juni 2021 – zakelijk weergegeven - het volgende verklaard:
ter terechtzittingvan 8 september 2021 verklaard:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart het subsidiair ten laste gelegde feit bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 30 dagen hechtenis;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 1.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 1 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, bestaande uit immateriële schade;
- verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 1.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met twintig (20) dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeding van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.