Eiser heeft op 30 april 2020 beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Volgens artikel 8:41, eerste lid, Awb moet bij het indienen van een beroep griffierecht worden betaald. In deze zaak bedroeg het griffierecht €48,-.
De rechtbank heeft eiser op 11 juni 2020 aangetekend verzocht het griffierecht binnen vier weken te voldoen. Deze brief is niet afgehaald en aan de rechtbank geretourneerd. Vervolgens is op 6 juli 2020 een gewone brief gestuurd waarin werd aangegeven dat de termijn niet opnieuw begint te lopen.
Eiser heeft het griffierecht niet betaald en heeft geen geldige reden opgegeven voor het niet voldoen hiervan. De rechtbank is daardoor niet bevoegd het beroep inhoudelijk te behandelen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.