ECLI:NL:RBMNE:2021:4277
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, werkzaam als beveiliger, meldde zich ziek en ontving een Ziektewetuitkering. Na afloop van de wachttijd vroeg hij een WIA-uitkering aan, waarvoor minimaal 35% arbeidsongeschiktheid vereist is. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat eiser slechts 17,28% arbeidsongeschikt was en wees de aanvraag af.
Eiser maakte bezwaar en het UWV handhaafde het besluit na herbeoordeling. Eiser stelde dat zijn gezondheidsklachten ernstiger waren en dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege zijn psoriasis en hernia. De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig en begrijpelijk waren en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde om twijfel te zaaien over de beoordeling.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd als juist beoordeeld, mede omdat overleg had plaatsgevonden met de verzekeringsarts en eiser niet concreet had onderbouwd waarom de functies ongeschikt zouden zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is.