ECLI:NL:RBMNE:2021:420
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening omgevingsvergunning voor kantoorgebruik in afwijking van bestemming in beschermd stadsgezicht
De vergunninghouder vroeg op 12 maart 2019 een omgevingsvergunning aan voor het gebruik van het perceel Vestingwerken 1 G, H en I te Naarden als kantoor, afwijkend van de bestemming in het bestemmingsplan ‘Vesting’. De gemeente verleende de vergunning op 27 februari 2020, waarna eiseres beroep instelde tegen het gebruik in afwijking van het bestemmingsplan.
Verweerder nam op 3 december 2020 een aanvullend besluit met een nadere motivering over de parkeerbehoefte. De rechtbank oordeelt dat deze wijziging van ondergeschikte aard is en geen nieuwe terinzagelegging behoeft. De aangepaste parkeerbehoefte van 18 plaatsen is voldoende onderbouwd en past binnen de ruimtelijke ordening.
Eiseres stelde dat de parkeerdruk en verkeersveiligheid onaanvaardbaar zouden worden, maar kon dit niet voldoende onderbouwen. Ook de beschuldiging van partijdigheid en de noodzaak van aanvullende vergunningen werden door de rechtbank verworpen. De rechtbank concludeert dat de vergunning in redelijkheid is verleend en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de omgevingsvergunning in redelijkheid is verleend.