ECLI:NL:RBMNE:2021:4144
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiseres meldde zich in mei 2015 ziek en werkte toen als schoonmaakster. Na een initiële weigering kende het UWV haar vanaf mei 2017 een WIA-uitkering toe. Later beëindigde het UWV deze uitkering per januari 2020 omdat eiseres volgens een herbeoordeling minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit.
De rechtbank beoordeelde of het UWV terecht had vastgesteld dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De medische rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldeden aan de vereiste voorwaarden en waren zorgvuldig gemotiveerd. Eiseres voerde aan dat haar situatie verslechterd was en dat de arbeidskundige beoordeling onjuist was, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe medische informatie.
De arbeidskundige beoordeling werd nader gemotiveerd en de functies die het UWV had geduid bleken passend bij de belastbaarheid van eiseres. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de uitkering had beëindigd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar WIA-uitkering is ongegrond verklaard.