ECLI:NL:RBMNE:2021:4012
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning op basis van vergelijkingsmethode met taxatiematrix
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning gelegen aan een adres in een Nederlandse gemeente, vastgesteld op €282.000 per 1 januari 2019. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €251.000 voor. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin de woning wordt vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde plaats.
De rechtbank overweegt dat verweerder aannemelijk moet maken dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijkingsmethode wordt toegepast waarbij verkoopprijzen van vergelijkbare woningen rondom de waardepeildatum worden gebruikt. Verweerder heeft toegelicht dat de waardebepaling niet modelmatig is, maar gebaseerd op deskundigheid zonder vaste correctiepercentages, wat de rechtbank accepteert.
Eiser voerde meerdere bezwaren aan, zoals het gebruik van een referentiewoning die meer dan een jaar voor de waardepeildatum is verkocht, de waardering van een dakopbouw als aparte component en de kwaliteit van een referentiewoning. De rechtbank verwerpt deze bezwaren, onder meer omdat de periode van één jaar indicatief is en de taxatiematrix als geheel een hogere prijs per vierkante meter voor de referentiewoningen toont dan voor de woning.
De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde van €282.000 niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €282.000 wordt ongegrond verklaard.