ECLI:NL:RBMNE:2021:3922
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op Wob-verzoek met verlenging beslistermijn
Eiser heeft op 18 januari 2021 een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Verweerder, de Minister van Algemene Zaken, heeft de beslistermijn bij brief van 10 februari 2021 met vier weken verlengd, waardoor uiterlijk op 10 maart 2021 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is echter verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen.
Eiser heeft verweerder vervolgens op 18 maart 2021 in gebreke gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder dat verweerder alsnog heeft beslist. De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist, ondanks de verlenging van de beslistermijn.
De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder moet daarnaast het griffierecht van € 181,- aan eiser vergoeden. Er zijn geen proceskosten toegekend aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen onder dreiging van een dwangsom.