Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2021 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. E.F. de Roy van Zuydewijn).
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster diende beroep in tegen het besluit van het UWV om haar per 4 maart 2019 geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij volgens het UWV meer dan 65% van haar vroegere loon kon verdienen. Na een procedure met meerdere zittingen en een tussenuitspraak, verklaarde het UWV het bezwaar van verzoekster alsnog gegrond en kende zij met terugwerkende kracht een loongerelateerde WGA-uitkering toe.
Naar aanleiding van deze toekenning trok verzoekster haar beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen tot vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten. De rechtbank stelde vast dat het UWV aan het beroep tegemoet was gekomen en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe, waarbij de kosten werden vastgesteld op € 1.496,-.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV ook verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 48,- te vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 29 juli 2021. Verzoekster kan tegen deze uitspraak binnen zes weken een verzetschrift indienen.
Uitkomst: Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten na het alsnog toekennen van de WIA-uitkering en intrekking van het beroep.