Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2021 in de zaak tussen
het college van gedeputeerde staten van de provincie Flevoland, verweerder
Staatsbosbeheer, gevestigd in Amersfoort
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers dienden een handhavingsverzoek in bij gedeputeerde staten van Flevoland tegen vermeende overtredingen van de Wet natuurbescherming in het Natura 2000-gebied Oostvaardersplassen. Zij stelden gedeputeerde staten in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen en dienden een beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat niet voor alle eisers geldige machtigingen waren overgelegd, waardoor het beroep voor twee stichtingen niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank beoordeelde vervolgens de belanghebbendheid van de overige eisers en concludeerde dat deze niet rechtstreeks bij het besluit betrokken waren, mede omdat de statutaire doelstellingen van de stichtingen zich richtten op dierenwelzijn in algemene zin en niet op de diersoorten waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen.
Omdat het handhavingsverzoek geen aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was, bestond er geen verplichting voor gedeputeerde staten om binnen een termijn te beslissen. Hierdoor was er geen sprake van een besluit of het niet tijdig nemen daarvan waartegen beroep kon worden ingesteld. De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep wegens gebrek aan belanghebbendheid en niet-ontvankelijk voor twee stichtingen wegens ontbrekende machtigingen.