ECLI:NL:RBMNE:2021:369
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken bewijs van onmiddellijk laden en lossen bij naheffing parkeerbelasting
Eiser kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij zijn voertuig parkeerde zonder te betalen op een locatie waar dat verplicht was. Eiser stelde dat hij aan het laden en lossen was en dat de heffingsambtenaar onzorgvuldig had gehandeld. Hij wilde stukken inzien en had een getuige die zijn verklaring kon ondersteunen, maar deze is niet verschenen en er is geen verklaring overgelegd.
De rechtbank baseerde zich op de Verordening op de heffing en invordering van Parkeerbelastingen 2019 gemeente Utrecht en vaste jurisprudentie van de Hoge Raad die stelt dat onmiddellijk laden en lossen betekent dat het voertuig direct na stilstand wordt geladen of gelost gedurende de noodzakelijke tijd, en dat de goederen van zodanige aard moeten zijn dat vervoer per auto noodzakelijk is.
De bewijslast hiervoor ligt bij degene die zich op deze uitzondering beroept. De parkeercontroleur constateerde geen activiteiten die duiden op laden en lossen; de auto stond stil met gesloten achterklep, zonder alarmlichten en zonder personen in de buurt. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van onmiddellijk laden en lossen maar van parkeren, en dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat sprake was van onmiddellijk laden en lossen.