Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
eiseres,
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, voormalig medewerkster thuiszorg, heeft op 26 september 2019 een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft op 19 december 2019 vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen uitkering ontvangt. Na bezwaar heeft het UWV dit besluit op 9 december 2020 gehandhaafd. Eiseres is het niet eens met deze beoordeling en heeft beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank heeft het beroep op 6 juli 2021 behandeld en beoordeeld of de medische en arbeidskundige rapportages waarop het UWV zich baseert, zorgvuldig en begrijpelijk zijn opgesteld. De verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen hebben beperkingen vastgesteld die leiden tot een arbeidsongeschiktheidspercentage van 4,48%. Eiseres voerde aan dat haar klachten onvoldoende zijn meegewogen, maar de rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling consistent en inzichtelijk is gemotiveerd en dat de eigen beleving van eiseres niet doorslaggevend is.
De rechtbank concludeert dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiseres niet voldoet aan de 35%-grens voor arbeidsongeschiktheid en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen is ongegrond verklaard.