Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
mij 100 euro. Ik moest weer in de auto stappen. Ik stapte weer aan de kant van [verdachte] in de auto. We zijn hierna naar [plaatsnaam 1] gereden. [3] Ik werd vlak bij de woning van mijn vader uit de auto gezet. Ik voelde mij door de hele gang van zaken van vandaag, vooral door het gebruikte geweld zodanig bedreigd dat ik ook van alles heb geprobeerd om het geld te regelen. Ik heb slechts 100 euro kunnen regelen via [getuige 1] en dit aan [medeverdachte] gegeven. In mijn woning had [medeverdachte] mij ook al bedreigd door te zeggen niet naar de politie te gaan want dat zou niet goed zijn voor mijn familie. [4]
werd ik gebeld door [slachtoffer] . Ik hoorde [slachtoffer] vragen of hij geld van mij kon lenen. [slachtoffer] vertelde mij dat hij geld had geleend van iemand en die persoon zijn geld nu terug kwam halen. Ik hoorde aan de manier van praten dat dit niet zijn eigen bewoording was. Ik zei dat ik 100,- euro kon missen Ik [werd] door [slachtoffer] gebeld met de vraag of ik in [plaatsnaam 3] kon komen. Hierop ben ik naar de [naam locatie] gegaan met de 100,- euro. Ik hoorde [slachtoffer] toen zeggen "zeg dat je nog moet pinnen". [slachtoffer] kwam in mijn ogen best paniekerig over [slachtoffer] moest direct weer bij deze jongens in de auto stappen. [6] Ik zag dat [slachtoffer] buiten voor de auto stond. Ik kreeg het idee dat hij daar moest gaan staan.. [7]
- Bloeduitstorting achter linkeroor;
- Kneuzing neus.” [9]
Op dat moment doe je dat misschien, maar dat is dan één minuut. Als je zo optimistisch bent zou je dat kunnen proberen, maar ik voelde zo erg die druk dat ik dat niet heb gedaan.” Ook verklaart aangever over medeverdachte: “
Hij was op dat moment zo woedend en niet voor rede vatbaar. Ik wist dat hij net uit detentie was en ik wist niet of er iets van een wapen of voorwerp in de auto zou kunnen liggen, maar op dat moment ging dat door mijn hoofd en heb ik de keuze gemaakt om niet stoer te gaan doen en gewoon mee te werken.” De rechtbank oordeelt dat er onder deze omstandigheden sprake is van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Het door de verdediging aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 12 mei 2015 is naar het oordeel van de rechtbank niet vergelijkbaar, nu het in de onderhavige zaak niet enkel bij woorden is gebleven, maar er ook geweld is gebruikt tegen aangever.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 2 maanden;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 jaren vast;
taakstraf van 120 uren;