Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2021 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. M.H.J. van Kuilenburg).
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Nadat verweerder op bezwaar het besluit heeft gewijzigd en het bezwaar van verzoeker geheel heeft gehonoreerd door een Indicatie banenafspraak toe te kennen en opname in het doelgroepregister, heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een proceskostenvergoeding gevraagd.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:75a Awb geoordeeld dat de proceskostenveroordeling terecht is omdat het bestuursorgaan geheel aan de beroepsgronden tegemoet is gekomen. De proceskosten worden vastgesteld op € 748,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van € 48,- door verweerder moet worden vergoed op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb. Verzoeker wordt geadviseerd dit rechtstreeks bij verweerder te claimen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en de rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het bestuursorgaan tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker van € 748,- na intrekking van het beroep wegens een gewijzigde beslissing.