ECLI:NL:RBMNE:2021:3448
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugvordering subsidie wegens onvoldoende spoedeisend belang
Verzoekster, een bedrijf, ontving in 2011 een subsidie van €900.000 voor een project, waarvan uiteindelijk slechts €13.500 definitief werd vastgesteld. Verzoekster werd geconfronteerd met een terugvordering van €676.500 aan teveel ontvangen voorschotten. Verzoekster stelde dat het besluit onjuist was en vroeg om een voorlopige voorziening om terugbetaling uit te stellen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend bij onverwijlde spoed, wat bij financiële geschillen niet snel het geval is. Verzoekster kon niet aannemelijk maken dat terugbetaling tot een onomkeerbare situatie zou leiden. Ook was het besluit niet evident onjuist; de subsidieverstrekker had gemotiveerd vastgesteld dat niet aan de voorwaarden was voldaan.
Verzoekster voerde aan dat de slechte begeleiding door de projectadviseur en de moeilijke situatie in Pakistan het project belemmerden, maar de rechter stelde dat verzoekster zelf verantwoordelijk was voor de uitvoering en dat deze omstandigheden geen rechtsgrond vormden. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de terugvordering van subsidie wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en omdat het besluit niet evident onjuist is.