ECLI:NL:RBMNE:2021:3386
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad de bijstandsuitkering van eiseres ingetrokken en de betaalde bijstand over een periode van ruim acht jaar teruggevorderd, omdat eiseres volgens het college een gezamenlijke huishouding voerde met een ander persoon. Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd ongegrond verklaard, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de feiten en omstandigheden waarop het college de intrekking baseert, niet zijn bestreden en voldoende zijn om te concluderen dat sprake was van een gezamenlijke huishouding. Eiseres had op grond van de Participatiewet melding moeten maken van deze situatie, maar heeft dit nagelaten, waardoor zij haar inlichtingenplicht heeft geschonden. Dit rechtvaardigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering van het ten onrechte ontvangen bedrag.
Eiseres stelde dat zij in bewijsnood verkeert vanwege het tijdsverloop en dat het niet zorgvuldig is om over zo’n lange periode terug te vorderen. De rechtbank wijst dit af en benadrukt dat het risico van bewijsproblemen voor rekening van eiseres komt, omdat zij niet tijdig melding heeft gemaakt. Ook het argument dat het college de regels niet consistent toepaste, wordt verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank erkent dat de terugvordering een zware financiële last is, maar ziet geen onaanvaardbare omstandigheden die terugvordering in de weg staan. Ook het signaal in 2015 over een storting op de rekening van eiseres leidt niet tot beperking van de terugvordering, omdat dit signaal onvoldoende concreet was voor nader onderzoek. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.