ECLI:NL:RBMNE:2021:3383
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek omzetting prestatiebeurs in gift wegens te late indiening buitenlands diploma
Eiser heeft een prestatiebeurs ontvangen voor een opleiding in het hoger onderwijs en studeerde in België. Hij diende zijn diploma pas op 22 augustus 2019 in, terwijl de termijn voor buitenlandse diploma's vijf jaar na het verstrijken van de diplomatermijn is, wat in dit geval 31 augustus 2018 was.
Verweerder wees het verzoek af wegens te late indiening. Eiser stelde dat hij niet op de hoogte was van deze termijn en dat verweerder onzorgvuldig handelde door brieven naar een verkeerd adres te sturen. Tevens stelde hij dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden en dat het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn eigen verantwoordelijkheid had om zich te informeren over zijn rechten en plichten en dat de informatie voldoende beschikbaar was. De te late indiening valt eiser toe te rekenen. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot omzetting van de prestatiebeurs in een gift blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot omzetting van de prestatiebeurs in een gift wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening van het buitenlandse diploma.