Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juni 2021 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van [gemeente] , verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- [adres 2] , verkocht op 30 juni 2017 voor € 237.000,-
- [adres 3] , verkocht op 27 maart 2018 voor € 255.000,-
- [adres 4] , verkocht op 2 mei 2018 voor € 251.500,-
- [adres 5] , verkocht op 11 oktober 2017 voor € 301.500,-
- [adres 6] , verkocht op 1 maart 2018 voor € 313.000,-
- [adres 7] , verkocht op 3 september 2018 voor € 245.000,-
- [adres 8] , verkocht op 9 december 2016 voor € 229.500,-
- [adres 9] , verkocht op 8 maart 2019 voor € 237.500,-
- [adres 10] , verkocht op 16 januari 2019 voor € 245.000,-
- [adres 11] , verkocht op 27 juni 2019 voor € 230.000,-
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.068,-
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48,- aan eiser te vergoeden.