Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juni 2021 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van [gemeente] , verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- [adres 2] , verkocht op 4 mei 2020 voor € 339.000,-;
- [adres 3] , verkocht op 25 april 2019 voor € 275.000,-
- [adres 4] , verkocht op 10 april 2018 voor € 265.000,-
- [adres 5] , verkocht op 14 augustus 2018 voor € 279.000,-
- [adres 6] , verkocht op 24 januari 2017 voor € 245.000,-
- [adres 7] verkocht op 22 november 2018 voor € 263.000,-
- [adres 8] , verkocht op 17 juli 2018 voor € 238.000,-
- [adres 9] , verkocht op 17 augustus 2018 voor € 275.000,-
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.068,-
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48,- aan eiser te vergoeden.