ECLI:NL:RBMNE:2021:3317
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Verschoningsverzoek lid wrakingskamer gegrond wegens nauwe samenwerking met te wraken rechters
In deze zaak heeft een lid van de wrakingskamer een verzoek tot verschoning ingediend omdat zij recent nauw heeft samengewerkt met de rechters tegen wie het wrakingsverzoek was gericht. De verzoekster was gerechtsbrede opleidingscoördinator en had onder meer contact met de betrokken rechters in opleidingsverband en binnen een meervoudige strafkamer.
De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 518 Sv Pro en artikel 512 Sv Pro, waarbij het uitgangspunt is dat rechters onpartijdig worden vermoed tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor partijdigheid of de schijn daarvan. De kamer oordeelde dat de nauwe samenwerking en recente contacten voldoende aanleiding geven voor de schijn van partijdigheid.
Daarom is het verzoek tot verschoning gegrond verklaard. De beslissing is genomen door de meervoudige kamer voor verschoningszaken van Rechtbank Midden-Nederland en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2021. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van het lid van de wrakingskamer is gegrond verklaard vanwege de schijn van partijdigheid.