Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van bevindingenvan 19 september 2020 heeft verbalisant [verbalisant 1] onder meer het volgende gerelateerd [2] :
proces-verbaal van bevindingenvan 19 september 2020 onder meer het volgende gerelateerd [3] :
een pathologieonderzoekonder meer geschreven [4] :
ter terechtzittingvan 7 juli 2021 onder meer het volgende verklaard:
opgemaakte proces-verbaal van verhoor slachtofferonder meer het volgende verklaard [5] :
brief over [slachtoffer 2]onder meer geschreven [6] :
als getuigegehoord en heeft onder meer het volgende verklaard (zoals blijkt uit het van het verhoor opgemaakte
proces-verbaal) [7] :
ter terechtzittingvan 7 juli 2021 onder meer het volgende verklaard:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL
- een uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte van 16 november 2020, waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit;
- een Pro Justitia psychologisch onderzoek van 20 februari 2021, opgemaakt door D. Martens-Kevel, GZ-psycholoog (hierna: de psycholoog);
- een Pro Justitia psychiatrisch onderzoek van 26 februari 2021, opgesteld door drs. L.P.J. Röst, psychiater (hierna: de psychiater);
- een reclasseringsadvies van 17 juni 2021, opgesteld door dhr. M.C.J. Kroese, reclasseringswerker.
9.BENADEELDE PARTIJEN [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4]
10.BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 2]
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
gevangenisstraf van 12 (twaalf) jaren;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 152,00.
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 3.035,40 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 september 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 40 (veertig) dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
hij op of omstreeks 19 september 2020 te Bussum, [slachtoffer 1] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte,
- een touw om de hals/nek van die [slachtoffer 1] gedaan/gewikkeld en/of aangetrokken en/of aangetrokken gehouden en/of
- samendrukkend geweld op de neus en/of de mond van die [slachtoffer 1] toegepast, althans de ademhaling van die [slachtoffer 1] gedurende enige tijd belet en/of belemmerd, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden;
hij op of omstreeks 19 september 2020 te Bussum, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 2] meerdere malen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp (steek)voorwerp in de buik, althans het (boven)lichaam heeft gestoken, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;
(art 287 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
hij op of omstreeks 19 september 2020 te Bussum, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2] meerdere malen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp (steek)voorwerp in de buik, althans het (boven)lichaam heeft gestoken, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.