ECLI:NL:RBMNE:2021:3246
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering huurtoeslag 2019 ondanks handhaving terugvordering
Eiser maakte bezwaar tegen de terugvordering van €928,- huurtoeslag over 2019, omdat verweerder het toetsingsinkomen van €19.823,- inclusief een WW-uitkering over december 2018 en vakantiegeld in maart 2019 had gebruikt. Eiser stelde dat deze bedragen ten onrechte waren meegenomen omdat zij nabetalingen zouden betreffen.
De rechtbank oordeelde dat de WW-uitkering geen nabetaling is omdat deze steeds in de volgende maand wordt uitbetaald en het vakantiegeld opeisbaar werd in maart 2019 door het stopzetten van de WW-uitkering. Verweerder mocht het toetsingsinkomen gebruiken en de terugvordering handhaven. Wel was het besluit onvoldoende gemotiveerd omdat de belangenafweging pas in het verweerschrift was gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van de terugvordering in stand. Verweerder werd veroordeeld het griffierecht en de reis- en verblijfskosten van eiser te vergoeden. De rechtbank erkende de frustraties van eiser over de toeslagenaffaire en de communicatie met instanties, maar vond dit geen reden tot matiging van de terugvordering.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de terugvordering blijft in stand; griffierecht en proceskosten worden vergoed.