Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
first offenderen er is geen sprake van strafverzwarende omstandigheden. Daarnaast is de verwachting dat verdachte langdurig zal worden opgenomen in het kader van de door de deskundigen geadviseerde tbs-maatregel met dwangverpleging, nu verdachte niet openstaat voor behandeling.
9.BENADEELDE PARTIJEN
persoon die in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de gekwetste staat, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat hij voor de toepassing van de regeling voor affectieschade als naaste wordt aangemerkt.
ecli nl:gharl:2021:159) naar voren gebracht dat ook in het mortuarium sprake kan zijn van een confrontatie die toewijzing van shockschade rechtvaardigt. Dat kan onder omstandigheden zo zijn, maar daarover en over de schade die juist daardoor is ontstaan, moet wel een debat mogelijk zijn. Bij het ontbreken van essentiële gegevens om een goed beeld van de feitelijke situatie en de omvang van de schade te krijgen, is het voor de verdediging ook niet goed mogelijk daartegen afdoende verweer te voeren. Dat maakt dat de vorderingen voor zover die zien op shockschade niet ontvankelijk verklaard moeten worden, zodat benadeelde partijen in een eventuele civiele procedure alles wat er zake dienend is alsnog naar voren kunnen brengen en de verdediging daarop zal kunnen reageren.
€ 20.000,00 en affectieschade € 17.500,00. Voor het meerdere wordt zij in haar vordering niet ontvankelijk verklaard.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36f, 37a, 37b, 57 en 289 van het Wetboek van Strafrecht en
- 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie,
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 14 jaren;
verdachte ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd;
- wijst de vordering van [benadeelde 1]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 juni 2020 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [benadeelde 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat een bedrag van € 62.180,88 te betalen, bestaande uit € 24.680,88 aan materiële schade, € 20.000,- aan shockschade en € 17.500,- aan affectieschade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 juni 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 325 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 3]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 juni 2020 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [benadeelde 3] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 3] aan de Staat
- verklaart [benadeelde 2]
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
- verklaart [benadeelde 4]
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
- verklaart [benadeelde 5]
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.