ECLI:NL:RBMNE:2021:3057

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 juli 2021
Publicatiedatum
13 juli 2021
Zaaknummer
UTR 21/327 en UTR 21/977
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:22 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting ongegrond verklaard

Eiseres kreeg twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd wegens parkeren zonder betaling op een gefiscaliseerde parkeerplaats. Tegen beide aanslagen stelde zij bezwaar en vervolgens beroep in bij de rechtbank.

De rechtbank oordeelde dat verweerder uit coulance één naheffingsaanslag had vernietigd, waardoor het beroep daarop niet-ontvankelijk werd verklaard. Het griffierecht werd aan eiseres vergoed. Het beroep tegen de tweede naheffingsaanslag werd inhoudelijk beoordeeld.

Eiseres voerde aan dat het gewijzigde parkeerregime onvoldoende duidelijk was aangegeven. Verweerder toonde met fotomateriaal aan dat de betalingsverplichting duidelijk was aangegeven bij de ingang van het parkeerterrein. De rechtbank vond dat eiseres het bord over het hoofd had gezien, wat voor haar risico was.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Beroep tegen eerste naheffingsaanslag niet-ontvankelijk, beroep tegen tweede ongegrond, griffierecht vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/327 en 21/977

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht,verweerder.

Procesverloop

UTR 21/327
Verweerder heeft aan eiseres op 25 juni 2020 een naheffingsaanslag
parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer 1] (naheffingsaanslag 1) opgelegd ten
bedrage van € 67,53, wegens het parkeren met een auto, merk Mazda kenteken [kenteken] , 10 juni 2020 om 10:27 uur op een zogenaamde gefiscaliseerde parkeerplaats, zonder dat de
verschuldigde parkeerbelasting was voldaan.
UTR 21/977
Verweerder heeft aan eiseres op 2 juli 2020 een naheffingsaanslag
parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer 2] (naheffingsaanslag 2) opgelegd ten
bedrage van € 67,53, wegens het parkeren met een auto, merk Mazda kenteken [kenteken] , op 15 juni 2020 om 10:29 uur op een zogenaamde gefiscaliseerde parkeerplaats, zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan.
Bij uitspraken van 19 januari 2021 heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen beide naheffingsaanslagen ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen beide uitspraken op bezwaar beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben er schriftelijk mee ingestemd om de zaak zonder zitting af te doen. De rechtbank heeft bepaald dat een zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten op 19 april 2021. De rechtbank heeft beide beroepen gevoegd behandeld.

Overwegingen

UTR 21/327
1. Verweerder heeft de naheffingsaanslag uit coulance overwegingen vernietigd. Eiseres heeft aangegeven dat zij de verminderingsnota heeft ontvangen. Eiseres kan door het slagen van de tegen deze naheffingsaanslag aangevoerde gronden in deze zaak niet meer in een betere positie komen. Eiseres heeft dus geen procesbelang meer in deze zaak. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Wel ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 49,- aan haar vergoedt.
UTR 21/977
2. Eiseres voert aan dat verweerder de uitspraak op bezwaar te laat heeft gedaan. De rechtbank constateert dat verweerder de uitspraak op bezwaar na de daartoe gestelde termijn heeft gedaan. Nu eiseres verweerder niet in gebreke heeft gesteld en ook overigens niet is gebleken dat eiseres door de gang van zaken is benadeeld, zal de rechtbank met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht aan dit verzuim voorbij gaan. De rechtbank ziet geen grond om aan dit verzuim verdere rechtsgevolgen te verbinden.
3. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres op het in de naheffingsaanslag 2 vermelde tijdstip stond geparkeerd op een gefiscaliseerde parkeerplaats zonder dat de verschuldigde belasting was voldaan.
4. Eiseres voert aan dat het geldende parkeerregime was gewijzigd en onvoldoende duidelijk was aangegeven.
5. Verweerder voert aan dat het parkeerregime ter plekke per 1 april 2020 is gewijzigd. Hij heeft foto’s van de situatie overgelegd, waaruit blijkt dat bij de ingang van het parkeerterrein een bord staat waarop is aangegeven dat ter plaatse betaald moet worden. Eiseres erkent in haar beroepschrift dat bij nader inzien sprake is van een aanduiding van de verplichting tot betaling, maar duidt het bord aan als een klein wit bordje.
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met het door hem overgelegde fotomateriaal aannemelijk gemaakt dat de verplichting tot betaling voldoende duidelijk is aangegeven. Van een bestuurder van een voertuig wordt verwacht zich vooraf en ter plaatse te informeren omtrent de geldende regels voor het parkeren op de door hem gekozen plek. Dat eiseres het bord bij de ingang van het parkeerterrein kennelijk over het hoofd heeft gezien is vervelend, maar komt voor haar rekening en risico.
7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
in UTR 21/327:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat verweerder aan eiseres het griffierecht van € 49,- aan haar vergoedt;
in UTR 21/977:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
mr. P.M.J.H. Muijlaert, griffier. De beslissing is uitgesproken op 8 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
de griffier is verhinderd om
de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.