Uitspraak
[eiser 1] , uit [woonplaats 1] ,
[derde belanghebbende] ., te [vestigingsplaats 2] , gemachtigde: mr. A.A.M. van Hoorn.
Inleiding
Overwegingen
afgewezen, dan bestaat na bezwaar de mogelijkheid de zaak voor te leggen aan de bestuursrechter om te laten beoordelen of de afwijzing rechtmatig is. De rechtbank vindt het niet uit te leggen dat daarentegen bij een gedeeltelijke
toewijzingvan een handhavingsverzoek, de inhoud van de last volgens het college niet aan de bestuursrechter zou kunnen worden voorgelegd. De (gedeeltelijke) toewijzing van een handhavingsverzoek heeft immers gevolgen voor de omvang van het recht op handhaving van eisers. Daarom moet het mogelijk zijn om door de bestuursrechter te laten toetsen of het ingezette handhavingstraject dit recht op handhaving niet op een onrechtmatige manier beperkt.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het niet handhavend optreden ongegrond;
- verklaart het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de last onder dwangsom gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 25 maart 2021 ten aanzien van de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de last onder dwangsom;
- draagt het college op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar van eisers, voor zover gericht tegen de opgelegde last onder dwangsom, met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 360,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 534,-.
M.H.L. Debets, griffier. De beslissing is uitgesproken op 17 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.