De rechtbank Midden-Nederland heeft op 1 februari 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd vervolgd voor twee vernielingen en medeplegen van mishandeling in Amersfoort.
De feiten betreffen vernielingen aan kastdeuren, ramen, branddeuren en een telefoon bij een hulpverleningsinstantie in juni en september 2020, en een mishandeling van een medebewoner waarbij verdachte samen met een ander het slachtoffer heeft geslagen, getrapt en met een bankje heeft geslagen.
De rechtbank achtte alle feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer, medeverdachte en verdachte zelf. Verdachte ontkende de mishandeling, maar dit werd verworpen. Verdachte heeft een strafblad met soortgelijke feiten en toonde geen medewerking aan psychologisch onderzoek of reclassering.
De officier van justitie eiste 6 maanden gevangenisstraf, maar de rechtbank legde 4 maanden op, rekening houdend met de ernst van de feiten, recidive en het feit dat verdachte reeds voorarrest had doorgebracht. De rechtbank vond een voorwaardelijke straf niet passend vanwege het ontbreken van motivatie en mogelijkheden voor begeleiding.
De straf is onvoorwaardelijk en met aftrek van het voorarrest. Verdachte is veroordeeld voor vernieling en medeplegen van mishandeling.