Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
- de moeder en broer van verdachte;
- dhr. H. Al Ibrahim, tolk in de Arabische (Syrische) taal;
- de benadeelde partijen, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ;
- dhr. [A] , medewerker van [organisatie 1] .
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 21 mei 2021;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 1 mei 2020, genummerd PL0900-2020132307-1, opgemaakt door de politie Midden-Nederland.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 60 uren;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
als algemene voorwaarden gelden dat verdachte: