Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- een e-mailbericht van verzoekster van 20 mei 2021 met daarin het wrakingsverzoek gericht tegen mr. M.A.A.T. Engbers (het eerste wrakingsverzoek);
- het proces-verbaal van de zitting van 20 mei 2021 met daarin de mededeling van mr. M.A.A.T. Engbers dat zij de zaak niet kan behandelen in verband met het voorafgaande aan de zitting door verzoekster ingediende wrakingsverzoek;
- een e-mail van mr. D. Fasseur van 27 mei 2021 met daarin het verzoek tot uitstel van de zitting van de wrakingskamer van 11 juni 2021;
- de schriftelijke reactie van mr. M.A.A.T. Engbers van 28 mei 2021;
- een brief van het secretariaat van de wrakingskamer van 1 juni 2021 met daarin de mededeling dat de wrakingskamer het uitstelverzoek toewijst en het wrakingsverzoek zal behandelen op de zitting van 22 juni 2021;
- een brief van het secretariaat van de wrakingskamer van 16 juni 2021 waarin de samenstelling van de wrakingskamer van 22 juni 2021 wordt meegedeeld;
- een e-mail van mr. D. Fasseur van 18 juni 2021 met daarin het verzoek tot uitstel van de zitting van 22 juni 2021 om 15.30 uur;
- een e-mail van het secretariaat van de wrakingskamer van 21 juni 2021 met daarin de mededeling dat de voorzitter van de wrakingskamer het verzoek tot uitstel afwijst;
- een e-mail van verzoekster van 22 juni 2021 om 14.23 uur met daarin een wrakingsverzoek gericht tegen de wrakingskamer, in het bijzonder gericht tegen mr. C.S.K. Fung Fen Chung (het tweede wrakingsverzoek);
- een e-mail van het secretariaat van de wrakingskamer van 22 juni 2021 om 15.10 uur met daarin de mededeling dat de wrakingskamer het tweede wrakingsverzoek buiten behandeling laat en dat de zitting doorgang zal vinden.