ECLI:NL:RBMNE:2021:2911

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 juni 2021
Publicatiedatum
7 juli 2021
Zaaknummer
20/632
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:1 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens onbekende identiteit eiseres binnen beroepstermijn

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Blaricum. De gemachtigde van eiseres, mr. D.A.N. Bartels, heeft het beroep ingediend zonder binnen de beroepstermijn de identiteit van eiseres kenbaar te maken. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet de identiteit van degene namens wie beroep wordt ingesteld, voor het verstrijken van de beroepstermijn bekend zijn.

De beroepstermijn liep tot en met 17 februari 2020, maar de machtiging met de gegevens van eiseres werd pas op 18 mei 2021 overgelegd, ruim na het verstrijken van de termijn. Ook de stukken uit de bezwaarprocedure die de identiteit zouden kunnen aantonen, werden pas na de termijn aan de rechtbank verstrekt. Hierdoor was de identiteit van eiseres niet tijdig bekend.

De rechtbank oordeelt dat dit verzuim niet kan worden hersteld en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Het beroep wordt daarom niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding voor een vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed en griffier I. Zallali op 23 juni 2021.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig bekendmaken van de identiteit van eiseres binnen de beroepstermijn.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/632

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE)
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Blaricum, verweerder.

Procesverloop

Mr. D.A.N. Bartels MRE (Bartels) heeft namens eiseres beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van verweerder van 31 december 2019.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat de rechtbank vindt dat zij voldoende informatie heeft om zonder zitting uitspraak te doen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. In het beroepschrift heeft Bartels volstaan met de vermelding dat het beroep is ingesteld namens belanghebbende met daarbij de opmerking dat de gemeente anoniem uitspraak heeft gedaan, zonder de gegevens van de persoon namens wie bij beroep instelt te vermelden. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat de artikelen 6:5 en 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) er niet toe strekken om het mogelijk te maken beroep in te stellen namens nog onbekende personen. De in artikel 8:1, in samenhang met de artikelen 6:7 en 6:11 van de Awb, neergelegde regeling met betrekking tot de beroepstermijn brengt met zich dat de identiteit van degenen namens wie beroep wordt ingesteld, voor afloop van de beroepstermijn kenbaar moet zijn. Deze rechtspraak is ook van toepassing in het belastingrecht.
3. In dit geval liep de beroepstermijn tot en met 17 februari 2020. Bartels heeft binnen die termijn geen stukken overgelegd waaruit de identiteit van degene namens wie hij beroep heeft ingesteld blijkt, zoals een machtiging met daarop de gegevens van de eiseres. Die machtiging met de gegevens van eiseres, heeft Bartels pas op 18 mei 2021 gestuurd. Dat is ruim na het verstrijken van de beroepstermijn. Voor zover Bartels meent dat die identiteit blijkt uit de stukken uit de bezwaarprocedure die verweerder heeft overgelegd, geldt dat verweerder die stukken pas na het verstrijken van de beroepstermijn aan de rechtbank heeft gestuurd. De identiteit van eiseres was dus niet binnen de beroepstermijn bekend. Het is eveneens vaste rechtspraak van de Afdeling dat een dergelijk verzuim zich niet leent voor herstel. Dat betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Daarom zal het beroep niet inhoudelijk worden behandeld.
5. Voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van I. Zallali, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.