Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2021 in de zaak tussen
[eiseres] uit [woonplaats] , eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, verweerder
de gemeente Zeist(vergunninghouder).
Rechtbank Midden-Nederland
Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, heeft een omgevingsvergunning verleend voor het tijdelijk plaatsen van zes Tiny Houses op een perceel in een waterwingebied, ondanks strijd met het bestemmingsplan. Eiseres maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze vergunningverlening.
De rechtbank stelde vast dat eiseres als belanghebbende kon worden aangemerkt, mede vanwege haar woonafstand van ongeveer 60 meter tot de locatie en haar persoonlijke betrokkenheid bij het behoud van natuur in het park. De rechtbank beoordeelde vervolgens de belangenafweging van verweerder, die de pilot met Tiny Houses zwaarder mocht laten wegen dan de belangen van eiseres.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende inspanningen had verricht om omwonenden te betrekken en dat de vergunning zorgvuldig was voorbereid. De tijdelijke aard van de vergunning, de sanering van de bodem en de beperkingen op het gebruik van houtkachels droegen bij aan een aanvaardbare situatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor tijdelijke Tiny Houses is ongegrond verklaard.