Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
[slachtoffer] naar voren hebben gebracht.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 30 juni 2021 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen en medeplichtigheid aan een woningoverval in Almere op 11 november 2018. De tenlastelegging betrof het met geweld of bedreiging met geweld stelen van goederen van het slachtoffer in diens woning.
Tijdens de terechtzittingen heeft de rechtbank kennisgenomen van de standpunten van het Openbaar Ministerie, de verdediging en de benadeelde partij. De verdediging voerde aan dat de verklaring van een medeverdachte niet als bewijs kon dienen omdat deze medeverdachte niet effectief was ondervraagd en de verklaring onvoldoende werd ondersteund door andere bewijsmiddelen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat verdachte betrokken was bij de woningoverval. De verklaring van de medeverdachte vond onvoldoende steun in het dossier. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding en verwezen naar de burgerlijke rechter. Tevens werd de teruggave van een in beslag genomen geldbedrag aan verdachte gelast.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.