ECLI:NL:RBMNE:2021:2752
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen langdurig gebiedsverbod op grond van artikel 172 Gemeentewet
De burgemeester van Laren legde aan verzoeker een gebiedsverbod op voor het centrum van de gemeente, inclusief het kantoorpand van verzoeker, vanwege een ernstige dreiging voor de openbare orde en een concrete bedreiging van het leven van verzoeker. Het gebiedsverbod was sinds 3 april 2021 van kracht en werd verlengd tot 23 juli 2021. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet onder omstandigheden een grondslag kan bieden voor het beperken van bewegingsvrijheid, maar niet voor een lange periode. Ook erkende verweerder dat het gebiedsverbod niet eindeloos kan worden verlengd, zelfs niet bij blijvende dreiging. De voorzieningenrechter concludeerde dat het gebiedsverbod niet langer kan voortduren op basis van dit artikel.
Verzoeker stelde dat het besluit disproportioneel was en dat er geen urgente situatie was die een dergelijk bevel rechtvaardigde. Daarnaast waren er alternatieven mogelijk die minder belastend waren. De voorzieningenrechter wees het verzoek toe, schorste het gebiedsverbod tot zes weken na de beslissing op bezwaar, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak is voorlopig van aard en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het gebiedsverbod is geschorst omdat artikel 172, derde lid, Gemeentewet geen grondslag biedt voor langdurige beperking van bewegingsvrijheid.