ECLI:NL:RBMNE:2021:2740
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring woonruimte wegens onvoldoende woningreacties en geen toepassing hardheidsclausule
Verzoekster heeft een urgentieverklaring aangevraagd voor woonruimte vanwege een verbroken relatie en het ontbreken van woonruimte voor haar en haar drie minderjarige kinderen. De gemeente heeft dit verzoek afgewezen omdat verzoekster niet voldeed aan de randvoorwaarden uit de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2019, met name onvoldoende reageren op woningaanbiedingen in de gehele regio.
De voorzieningenrechter constateert dat verzoekster weliswaar op meerdere woningen heeft gereageerd, maar vooral binnen haar woonplaats en niet voldoende in de bredere regio. Dit terwijl urgentie bedoeld is voor de meest uitzonderlijke gevallen en een actieve houding van de woningzoekende vereist is. De hardheidsclausule is niet toegepast omdat de situatie van verzoekster, hoewel vervelend, niet als levensbedreigend of zeer uitzonderlijk wordt gezien.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente terecht heeft geoordeeld dat verzoekster niet aan de randvoorwaarden voldoet en dat het beroep ongegrond is. Er is ook geen aanleiding voor een voorlopige voorziening of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.